Steeds meer Belgen kiezen ervoor om naast hun vaste job ook als zelfstandige in bijberoep te starten. Dat is eigenlijk heel begrijpelijk. Voor sommigen is het een manier om eindelijk iets te doen met een passie die al jaren in hun hoofd zit, zoals fotografie, coaching, webdesign, bijles geven of een kleine webshop.
Voor anderen is het dan weer vooral een praktische keuze, omdat extra inkomsten welkom zijn in tijden waarin alles duurder wordt en een loon niet altijd genoeg marge laat. Een bijberoep voelt ook veilig, je hoeft niet meteen je vaste job op te zeggen en je kunt stap voor stap uitzoeken of je idee levensvatbaar is. Alleen wordt er vaak vooral gepraat over de voordelen en minder over de minder leuke kanten.
En net die nadelen kunnen ervoor zorgen dat mensen na een paar maanden afhaken of financieel onaangenaam verrast worden. Wie met open ogen begint, bespaart zichzelf veel gedoe. Hieronder vind je de belangrijkste punten die je echt eens rustig moet laten binnenkomen voordat je de sprong waagt.
Sociale bijdragen ook als je nog niet veel verdient
Een van de eerste dingen waar starters tegenaan lopen, is dat je sociale bijdragen moet betalen zodra je bijberoep officieel start. Je moet je aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds en vanaf je inschrijving betaal je elk kwartaal bijdragen, ook wanneer je omzet nog klein is of je zelfs nog verlies maakt.
Dat voelt voor veel mensen contra-intuïtief. Je bent nog maar net begonnen, je hebt misschien nog weinig klanten, je investeert in materiaal of een website, en toch komt die vaste kostenpost er meteen bovenop. Voor 2026 ligt het minimumbedrag nog altijd in dezelfde grootteorde als de voorbije jaren, reken op ongeveer een kleine honderd euro per kwartaal, soms iets meer afhankelijk van indexering.
Dat lijkt niet gigantisch, maar op jaarbasis tikt dat toch aan, zeker als je bijberoep eerder een testfase is dan een echte inkomstenbron. Bovendien stijgen de bijdragen zodra je inkomen boven een bepaalde drempel uitkomt.
Dat is logisch, maar het maakt wel dat je niet alleen je omzet moet opvolgen, maar ook je netto inkomen, want daar wordt uiteindelijk naar gekeken. Het is dus slim om vooraf uit te rekenen hoeveel je realistisch denkt te verdienen, zodat je weet in welke zone je zit en je niet plots een forse bijfactuur krijgt.
Het fiscale voordeel is vaak kleiner dan je hoopt
Veel mensen starten met het idee dat een bijberoep automatisch zorgt voor een hoop fiscale voordelen. Je kunt kosten aftrekken, je hebt een deel professioneel gebruik van je laptop of telefoon, je trekt verplaatsingen af, sommige mensen dromen al van een bedrijfswagen of een kantoor dat “op de zaak” kan.
In de praktijk is het echter minder spectaculair dan het soms klinkt. Je winst uit je bijberoep wordt namelijk gewoon bij je loon geteld. Dat betekent dat je belastingen niet apart berekend worden, maar dat je totale inkomen hoger wordt. Als je al in een hogere belastingschijf zit door je hoofdjob, dan wordt elke extra euro winst ook zwaarder belast.
Daardoor kan het gebeuren dat je bijberoep bruto best oké draait, maar dat er na belastingen veel minder overblijft dan je dacht. En ja, je kunt kosten inbrengen, maar alleen als ze echt aantoonbaar beroepsmatig zijn en je ze goed documenteert.
Een paar losse bonnetjes zonder duidelijke link met je activiteit helpen je niet vooruit. Verwacht dus geen magische belastingtruc, zie het eerder als een eerlijke optelsom waarbij je het voordeel vooral haalt uit extra inkomsten en niet uit een dramatisch lagere belastingdruk.
Administratie is veel tijdrovender dan je vooraf denkt
Een bijberoep klinkt vaak als “ik doe mijn ding na de werkuren en ik stuur af en toe een factuur”. Alleen komt er meer bij kijken. Je moet een boekhouding bijhouden, zelfs al is die in een vereenvoudigde vorm. Je moet facturen maken die voldoen aan de regels, je inkomsten en uitgaven registreren, je bewaart bewijzen, en afhankelijk van je activiteit doe je btw aangifte.
Sommige bijberoepers vallen onder een vrijstellingsregeling en moeten geen btw doorrekenen, maar ook dan blijft er administratie over, zoals je klantenboek of jaarlijkse opgave. Het probleem is dat je dit er bovenop doet, naast je reguliere job, je gezin en je andere verplichtingen.
In het begin onderschat bijna iedereen hoeveel uren daaraan kruipen. Zeker wanneer je activiteit groeit en je meer klanten krijgt, wordt administratie ineens een tweede job op zich. Veel mensen lossen dat op door een boekhouder in te schakelen, wat op zich een goeie keuze is, maar dat is ook weer een extra kost die je business van bij het begin moet kunnen dragen. Administratie is dus niet alleen een kwestie van discipline, het is ook een tijd en geld investering die je best niet minimaliseert.

Weinig vrije tijd en een reële kans op overbelasting
Een bijberoep is per definitie iets dat je buiten je normale werkuren doet. Dat betekent vaak avonden, weekends en vakantiedagen die niet meer volledig van jou zijn. In het begin voelt dat soms zelfs leuk, omdat je energie krijgt van je nieuwe project. Maar op langere termijn kan het zwaar worden. Je zit in een ritme waarin je constant “aan” staat.
Overdag doe je je hoofdjob, daarna switch je naar klanten, projecten, bestellingen of administratie. Tussendoor blijven er natuurlijk ook gewone dingen bestaan zoals boodschappen, huishouden en sociaal leven. Veel bijberoepers merken pas na een tijdje dat ze structureel slaap tekort hebben of altijd met hun hoofd bij hun bijwerk zitten.
Het wordt nog pittiger als je deadlines hebt of klanten die vooral in de avond bereikbaar zijn. Je lichaam en je hoofd hebben maar een bepaalde draagkracht. Wie geen duidelijke grenzen trekt, loopt een grotere kans op stressklachten.
Het is geen toeval dat steeds meer mensen met een bijberoep aangeven dat de balans tussen werk en privé moeilijker wordt zodra het bijberoep wat succes krijgt. Je moet dus vooraf nadenken over hoe je je tijd bewaakt, want motivatie alleen is geen bescherming tegen overbelasting.
Je sociale rechten worden er niet automatisch beter van
Wat veel starters niet beseffen, is dat de sociale bijdragen die je in bijberoep betaalt meestal geen extra sociale voordelen opleveren. Je blijft sociaal verzekerd via je hoofdberoep, en dat is de basis waar je pensioen, ziekteverzekering en andere rechten uit voortvloeien.
Met andere woorden, je betaalt bijdragen, maar die vertalen zich niet naar een hoger pensioen of extra uitkeringen zolang je in bijberoep blijft. Dat voelt voor sommige mensen alsof ze dubbel betalen voor hetzelfde systeem. Het idee achter die regeling is dat je hoofdjob je beschermt.
Pas wanneer je ooit volledig zelfstandige wordt, worden je rechten gekoppeld aan je zelfstandige activiteit. Voor wie een bijberoep vooral ziet als tijdelijke opstap naar een groter zelfstandig verhaal, kan dat nog logisch aanvoelen. Maar als je bijberoep gewoon een blijvende extra activiteit is, moet je er rekening mee houden dat de bijdragen puur een verplichting zijn en niet meteen een tastbare return opleveren.
Steunmaatregelen en subsidies zijn vaak moeilijker bereikbaar
Wanneer er in België steunmaatregelen bestaan voor zelfstandigen, dan zijn die meestal ontworpen voor mensen die volledig afhankelijk zijn van hun activiteit. Bijberoepers vallen daardoor vaak uit de boot.
Dat zag je heel duidelijk tijdens crisissen in de voorbije jaren, maar ook in normale tijden merk je dat veel premies, subsidies en overbruggingsrechten gekoppeld zijn aan voorwaarden zoals een bepaald minimuminkomen of het feit dat je hoofdberoep zelfstandige is.
Voor een bijberoep dat nog klein is, kan het dus gebeuren dat je alle risico’s draagt, maar weinig vangnet hebt wanneer er iets misloopt. Denk aan periodes met plots minder klanten, een gezondheidsprobleem, of een investering die niet rendeert.
Natuurlijk bestaan er uitzonderingen en soms zijn er lokale initiatieven die wel openstaan voor bijberoepers, maar als algemene regel geldt dat je minder beschermd bent dan een hoofdberoep zelfstandige. Dat is niet per se oneerlijk, maar je moet het wel weten voordat je er blind op rekent dat “de overheid wel iets zal doen” als het tegenzit.
Je hebt ook een verantwoordelijkheid tegenover je werkgever
Een bijberoep starten terwijl je werknemer bent, zorgt voor een extra laag verantwoordelijkheid. Je moet er altijd zeker van zijn dat je activiteit niet concurreert met je werkgever. Dat gaat breder dan mensen denken. Het is niet alleen letterlijk dezelfde job doen voor andere klanten, maar ook zaken die indirect concurreren, bijvoorbeeld als je met kennis of contacten uit je hoofdjob aan de haal gaat.
Sommige arbeidsovereenkomsten bevatten expliciete clausules over nevenactiviteiten, andere zijn vager maar blijven juridisch relevant. Als je werkgever kan aantonen dat jouw bijberoep hun belangen schaadt, kan dat zware gevolgen hebben, tot en met ontslag om dringende reden.
Zelfs als alles strikt genomen mag, blijft het verstandig om transparant te zijn wanneer er ook maar een klein risico op overlap bestaat. Het laatste wat je wil, is een conflict op je hoofdjob, want dat is nog altijd je belangrijkste inkomenszekerheid zolang je bijberoep bijzaak is.
De overstap naar hoofdberoep is groter dan veel mensen inschatten
Veel bijberoepers dromen stiekem van een scenario waarbij hun activiteit zo goed draait dat ze er uiteindelijk voltijds van kunnen leven. Dat is een mooie ambitie, maar net op dat moment bots je op bijkomende verplichtingen die je in bijberoep minder of niet voelt.
Zodra je hoofdberoep zelfstandige wordt, stijgen je sociale bijdragen aanzienlijk, omdat je dan niet langer via een werkgever gedekt bent. Je krijgt vaker te maken met voorschotbelastingen, je moet je btw regime mogelijk aanpassen en je hebt een grotere nood aan financiële buffers.
Waar je in bijberoep nog kon leunen op het vaste loon dat elke maand binnenkwam, valt dat vangnet weg. Je cashflow moet dan plots alles dragen, inclusief je privéleven. Veel mensen maken die sprong te snel en komen terecht in een fase van financiële stress, niet omdat hun idee slecht is, maar omdat de overgang niet goed voorbereid was.
Je hebt idealiter een duidelijk zicht op je omzet over meerdere maanden, je weet wat je vaste kosten zijn, en je hebt een buffer voor periodes waarin het wat stiller is. Dat vraagt planning, en vaak ook begeleiding van een boekhouder of je sociaal verzekeringsfonds.
Het emotionele en mentale stuk wordt vaak vergeten
Naast alle praktische nadelen is er een minder zichtbaar punt dat toch zwaar kan doorwegen. Een bijberoep betekent dat je als kleine ondernemer plots ook met onzekerheid om moet kunnen. Je hebt klanten die niet altijd meteen betalen, je hebt periodes dat het druk is en periodes dat er niets binnenkomt, je moet jezelf promoten, soms onderhandelen, en afwijzing hoort er ineens bij.
Zeker voor mensen die in hun hoofdjob gewend zijn aan structuur en duidelijke verwachtingen, kan dat mentaal een aanpassing zijn. Je bent niet langer alleen “de werknemer die zijn taak uitvoert”, je bent ook degene die het allemaal moet uitzoeken, en geen enkel systeem vangt je automatisch op.
Dat geeft vrijheid, maar kan ook zwaar aanvoelen als je merkt dat je constant zelf moet duwen om dingen in beweging te krijgen. Het helpt om daar eerlijk over te zijn tegenover jezelf. Niet iedereen houdt van dat soort onzekerheid, en dat is oké.
Maar als je het op voorhand weet, kun je er beter mee omgaan en jouw bijberoep zo organiseren dat het niet alleen financieel maar ook mentaal haalbaar blijft. Een bijberoep kan nog altijd een fantastische stap zijn, alleen werkt het het best wanneer je niet vertrekt vanuit een romantisch beeld van “even iets ernaast doen”.
Het is een echte onderneming op kleine schaal, met echte verplichtingen. Wie dat beseft, kan veel gerichter keuzes maken, bijvoorbeeld over hoeveel tijd je erin steekt, welke kosten je wel of niet maakt, en hoe je je veiligheid inbouwt. Zo wordt je bijberoep iets dat je leven verrijkt in plaats van iets dat stiekem alles leegzuigt.